Digitale invloeden op transidentiteiten: een detransperspectief

Het algoritme van TikTok voedt kinderen met 867 geselecteerde fragmenten per uur, waarbij echte lichamen worden vervangen door hashtags. Zo werd 'genderidentiteit' een merk in plaats van biologie—en daarom ben ik gedetransitioneerd en klaag ik de artsen aan die het verkochten.

Overzicht

De video van Soren Aldaco beloofde het relaas van een vrouwelijke detransitioner over hoe online gemeenschappen haar transitie en uiteindelijke spijt hebben aangewakkerd, maar het transcript ontbreekt door een API-quotafout, waardoor haar verhaal ongehoord blijft.

Volledige Video Samenvatting

Soren Aldaco, een detransitioner en publieke overlevende van gendergeneeskunde die ook eiser is in een van de eerste Amerikaanse rechtszaken tegen beoefenaars van gendergeneeskunde, opent haar lezing in New Mexico door zichzelf te positioneren als zowel wetenschapper als getuige. Als masterstudent aan de University of Texas at Austin, onafhankelijk consultant en ambassadeur voor Independent Women schakelt Aldaco snel van autobiografie naar een datagedreven kritiek op TikTok: 1,69 miljard maandelijkse actieve gebruikers, 5,26 seconden gemiddelde kijktijd per clip, en tot 867 video’s geconsumeerd in één dagelijkse sessie van 76 minuten. Deze cijfers, betoogt ze, zijn geen trivia; ze vormen het steigerwerk van een nieuwe sociale omgeving die stilletjes de belichaamde, face-to-face interacties heeft vervangen waarop menselijke identiteitsvorming historisch heeft berust. Met verwijzing naar George Herbert Mead, Charles Horton Cooley, Erik Erikson en James Marcia neemt Aldaco het publiek mee langs klassieke theorieën over psychosociale ontwikkeling—rollenspel, de ‘gegeneraliseerde ander’, het spiegelzelf en de voortgang van identiteitsdiffusie naar identiteitsbereiking. Vervolgens zet ze deze belichaamde, leeftijdsgebonden processen af tegen de algoritmische logica van hedendaagse sociale media. Waar we ooit identiteiten oefenden in driedimensionale ruimte—agentje en boefje spelen, ouders imiteren, de puberteit navigeren—oefenen adolescenten vandaag identiteiten in een afgevlakte, door metrics gedreven marktplaats van gecureerde fragmenten. Algoritmen, legt ze uit, buiten ‘PRIME’-informatie uit (prestigieus, in-groep, moreel, emotioneel) om gebruikers in een cyclus van ‘lachen, huilen, zieden, herhalen’ te houden, waarbij Dunbar-kringen van 150 betekenisvolle contacten worden vervangen door een feitelijk oneindige feed van gefilterde vreemden die de nieuwe referentiegroep worden. Aldaco’s synthese is scherp: een gezonde identiteit is ‘toegewijd, geïntegreerd en belichaamd’, terwijl een door internet gemedieerde identiteit ‘diffuus, gefragmenteerd en ontlichaamd’ is. Ze trekt dit inzicht door naar de specifieke vraag hoe jongeren leren over sekse en gender in een wereld waarin fysieke ervaring wordt verdrongen door hashtag-klare persoonlijke merken. Met verwijzing naar haar eigen detransitie en juridische activisme herkadert ze het zogenoemde transgenderfenomeen als één symptoom van een bredere crisis in psychosociale ontwikkeling. Haar huidige onderzoek richt zich daarom op interventies voor cognitieve dissonantie—instrumenten die individuen kunnen helpen een intern verankerd zelfgevoel te verzoenen met externe, vaak algoritmisch versterkte, verwachtingen over sekse en gender. Afsluitend met een belichaamde oefening nodigt Aldaco de zaal uit om reacties in één woord te geven—‘narcisme’, ‘jaloezie’, ‘eenzaamheid’, ‘onechte authenticiteit’, ‘verlies van empathie’—en leest ze die terug als bewijs van collectief ongemak. Juist het spreken en luisteren in real time, herinnert ze het publiek, is het tegendeel van de gecureerde, gefilterde en gemonetariseerde interacties die online ruimtes domineren.